HOE begin je met vaste voeding?

Vaste voeding

Je baby lijkt klaar voor vaste voeding. Maar hoe begin je er aan? Start je met een zelfgemaakt prakje of een kant-en-klaar potje? Of doe je geen van beiden en geef je voeding uit het vuistje? En wat als je baby slecht eet? Of alles in één keer binnenslokt en nòg wil? Vanuit mijn praktijk-ervaring als baby-osteopate vertel ik je graag meer over kleine slokkopjes, kokhalzers, brokkenpiloten en kieskeurige pitsertjes.

More...

Manieren van aanbieden

Gepureerde voeding

Traditioneel starten baby’s in onze omstreken rond 4 maanden met groentepap wanneer ze kunstvoeding krijgen, rond 6 maanden bij borstvoeding.

Gepureerde voeding


Bij een 4-maandertje kan je haast niets anders dan de groentjes goed fijnpureren: zo'n ukje is immers motorisch nog niet in staat goed te kauwen, laat staan zelfstandig te eten. Wil je dat je baby op 4 maanden al groentjes eet... tja, dan is gemixt binnenlepelen zowat de enige optie.

Als de baby nog niet goed kan afhappen, wordt de hap meestal afgestreken aan het gehemelte, zodat hij enkel nog maar hoeft te slikken. Is dat ook nog moeilijk, dan wordt meestal aangeraden met potjesvoeding te starten. Hierbij zijn de voedseldeeltjes door homogenisatie zodanig klein gemaakt dat de hap bijna vloeibaar naar binnen gezogen kan worden, een vaardigheid die de baby natuurlijk al wel onder de knie heeft.

Maar is het niet erg voorbarig hieruit te concluderen dat een 4-maandertje klaar is voor vaste voeding?

In de praktijk zie ik vaak diverse klachten ontstaan na deze vroege introductie. Het broze evenwicht in de darmslijmvliezen wordt verstoord, met alle gevolgen vandien: darmklachten, huidklachten, slaapproblemen, slijmvorming,...
Eerder dan je vaste te pinnen op een bepaalde leeftijd, lijkt het me beter naar de signalen van je kindje te kijken: lees hier meer.

Voeding uit het vuistje

Onderzoekster Gill Rapley merkte op dat de meeste baby’s perfect in staat zijn te voelen welke voeding goed voor hen is, hoeveel en hoe snel ze best zouden eten, als je het initiatief van de baby zelf laat komen. Ze werkte een methode uit waarbij je de baby het heft in eigen handen geeft door hem pure voeding aan te bieden in hele stukken en hem hier rustig mee te laten experimenteren. Als osteopate kan ik niet anders dan beamen dat de Rapley-methode vanuit functioneel oogpunt tal van voordelen biedt voor je baby.

Voeding uit het vuistje

Voordelen van “zelluf eten”

* minder risico’s van te vroege introductie
Zelf eten vereist enkele vaardigheden zoals een goede zitbalans, controle over fijne motoriek, oog-hand-coordinatie en mondmotoriek. Bij de meeste kindjes komen deze vaardigheden rond de 6 maanden tot uiting, niet toevallig ook de periode dat darmdoorlaatbaarheid vermindert en het immuunsysteem sterker wordt. Latere introductie geeft dan ook beduidend minder risico tot allergische reacties.

* stimulatie van de sensorische ontwikkeling
Door een stronkje broccoli of stukje appel te betasten, met de handjes tot moes te knijpen of tussen de vingers te wrijven, ervaart je baby duidelijk welke structuur hij straks in zijn mondje zal krijgen. Vermits de gevoeligheid van de handen en de mond sterk samenhangen (denk maar aan de palmo-mentale reflex), wordt het mondje voorbereid op deze structuren, waardoor overgevoeligheidsreacties in de mond en extreem kokhalzen al deels voorkomen worden.

* stimulatie van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie
Je baby wordt uitgedaagd de voeding gericht in zijn mondje te steken, af te happen vervolgens met zijn tong de voeding verplaatsen en gericht te kauwen, waardoor mondfuncties getraind worden die hem later ook bij de articulatie goed van pas zullen komen.

* betere vertering
Voeding die lang wordt gekauwd wordt optimaal met speeksel vermengd. De maag en de alvleesklier krijgen bovendien een signaal om de zuurtegraad aan te passen en enzymen alvast in gereedheid te brengen die straks de voeding gaan verteren.

* minder risico op overeten
Baby’s ‘honger-thermostaat’ wordt preciezer afgestemd, m.a.w. hij leert verzadiging beter voelen:
1) doordat de kauw-behoefte wordt bevredigd
2) doordat het verzadigingsgevoel meer tijd krijgt om op te treden: dit is o.m. afhankelijk van de opname van voedseldeeltjes in de bloedbaan en hormonen zoals leptine, cholecystokinine en ghreline die geleidelijk worden afgescheiden. Bij te snel eten kan je baby ondanks een volle maag nog niet verzadigd zijn en gefrustreerd achterblijven òf neiging hebben zich te over-eten met risico dat het maagje te veel gaat ‘oprekken’.

* praktisch en gezellig
In plaats van apart te zitten koken, kan je kindje al snel met de pot mee-eten. Uiteraard let je er bij de bereiding wel op geen zout of pikante specerijen te gebruiken (en kruid je voor jezelf nadien naar smaak bij).

Hoe start je?

Laat je voor het moment van starten vooral leiden door de signalen van je kind, niet door zijn leeftijd. Elk kindje ontwikkelt op zijn tempo en dat is helemaal goed. Zet je baby steeds mee aan tafel wanneer je met het gezin de maaltijd neemt.Merk je dat hij interesse krijgt in jouw voeding, leg wat stukjes gestoomde groenten of fruit (een reepje wortel, een roosje broccoli, een stukje pompoen of appel) op zijn tafeltje en laat hem rustig experimenteren. Belangrijk is dat de voeding hard genoeg is om vast te nemen en zacht genoeg om tot moes gekauwd te worden. Maak de stukjes niet te klein (wat groter dan baby’s vuistje) zodat je kindje gestimuleerd wordt om een stukje af te happen en met de kaken fijn te malen. Voedingsmiddelen die moeilijk gekauwd kunnen worden zonder tandjes (zoals een druif of een kerstomaatje), snij je uiteraard wel in kleinere deeltjes. Laat je baby zonder al te veel verwachtingen voelen en ontdekken.

Voeding

Hoeveel eet je baby?

Verwacht dat er de eerste keren nog niet al te veel gegeten wordt, àls er al iets in de mond terechtkomt. Duwt je baby de voeding weg, dring dan niet aan. Het maagje en de spijsvertering moeten geleidelijk wennen. Naarmate de weken vorderen, zal je kindje systematisch meer gaan eten.
Krijgt je kindje borstvoeding, dan mag je deze gedurende het 1e levensjaar als hoofdvoeding beschouwen, vaste voeding als bijvoeding. Je kan je kindje dus eerst de borst geven voor je hem laat experimenteren met vaste voeding. Als hij te hongerig is, lukt zelf eten meestal moeilijker en zorgt voor onnodige frustratie. In de loop van de weken en maanden gaat hij meestal stilaan meer eten.
Bij kunstvoeding start je best pas met opvolgmelk als je kindje voldoende grote porties groentjes eet, dus niet standaard op 6 maanden (voldoende = wanneer de groentehap een flesvoeding vervangt).

Kijk hier voor een handig groente-introductieschema en gezonde verhoudingen.

Dus geef je best nooit potjes of prakjes?

Natuurlijk mag je dat wel!

  • Zo kan een kant-en-klaar potje al eens handig zijn als je onderweg bent of wanneer met-de-pot-mee-eten geen optie is omdat je een dag Chinees haalt/een pizza opwarmt voor je kroost. Voel je dan echt niet schuldig en maak er gewoon dankbaar gebruik van. Er zijn genoeg gezonde, zelfs biologische potjesvoedingen.
  • Zelfgemaakte, gepureerde voeding kan dan weer erg praktisch zijn om voedingsmiddelen zoals gierst-of boekweitvlokken, quinoa, zaadjes of oliën in te verwerken, dingen die je toch nét iets moeilijker uit het vuistje eet.
    Ook om een voedingssupplement of versterkende kruiden toe te dienen, kan een pureetje een ideaal camouflagemiddel zijn.
  • Daarnaast zijn sommige voedingsmiddelen ook gewoon heerlijk in gepureerde combinaties en is er niets mis met een havermoutpapje als ontbijt.

Elk kind is anders

Dogmatisch een methode volgen is nooit goed. Blijf daarom altijd goed evalueren hoe je baby het doet: is hij tevreden? Slaapt hij goed? Komt hij gestadig bij/groeit hij goed? Is hij alert en ondernemend? Is hij vaak ziek? Als je twijfelt, vraag raad aan een deskundig iemand.
De manier waarop je de voeding aanbiedt, kan van veel factoren afhangen: het temperament van je kindje, zijn algemene ontwikkeling, jouw geduld of de omstandigheden van het moment. Zoals bij elk advies: gebruik je gezond verstand maar vergeet vooral niet te voelen wat voor jullie werkt. Elk kindje, elke mama en elke situatie is anders. Zo zal je bij een kindje met een ernstige ontwikkelingsachterstand of speciale noden anders te werk gaan en eerder het heft in handen nemen dan bij een zich normaal ontwikkelend kindje. Hieronder enkele voorbeelden van typische moeilijkheden in de praktijk en mogelijke oplossingen.

Het slokkopje

“Onze Sem is zo’n ‘schrokkertje’! In een mum van tijd is zijn bordje leeg en dan gaat hij huilen. Hij lijkt nooit voldaan. Maar ik mag hem niet meer geven, hij zit al bovenaan op de gewichtscurve!”

Goed om weten: zoals hierboven reeds vermeld, werkt kauwen verzadigend en zal snel eten door latere verzadiging ook méér eten betekenen, waardoor je het maagje van je baby ongewild kan oprekken of je kindje hongerig en gefrustreerd zal achterlaten.

Wat je kan doen: Hier kan stukjes aanbieden zeker een optie zijn. Kauwen en trager eten zal meer verzadiging bieden. Is je baby te ongeduldig om zelf te eten? Pureer de eerste hapjes zelf en geef hem daarna het heft in eigen handen.

Het kokhalzertje

‘Ik moet het wel pureren! Van zodra er ook maar één stukje in zit, gaat Silke kokhalzen of krijgen we zelfs de hele brij terug!’

Goed om weten: Het prikkelpunt voor de kokhalsreflex ligt bij jonge kindjes nog sterk vooraan in de mond. Gaandeweg verplaatst dit zich naar achter. Dit gebeurt o.m. door uitrijping (tijd), maar evengoed door training (structuren in je mond ervaren). Het eerste jaar is deze reflex nog fel aanwezig en beschermt je baby tegen verstikking.

Wat kan je doen: Het is goed je baby de uitdaging te laten aangaan. Je zal merken dat het kokhalzen vanzelf minder wordt en je baby hierin groeit, de voeding langer in de mond zal verdragen en beter gaat kauwen. Merk je geen verbetering, geef dan voorlopig nog even gepureerd of zelfs gehomogeniseerde voeding om de darmen niet teveel te belasten en maak zo snel mogelijk een afspraak bij een baby-osteopaat. Deze kan nagaan of er mogelijke bewegingsverliezen aan de basis van de overgevoeligheid of hyperreflexie (overmatige kokhalsreflex) liggen. Door deze te behandelen en jou enkele simplele desensibilisatie-oefeningetjes aan te leren die je met je baby kan doen, is het euvel meestal heel snel verholpen. Kokhalst je baby tijdens de maaltijd, grijp niet te snel in, je baby zal het veel sneller onder controle krijgen als je hem rustig de kans geeft en niet panikeert.

De 'brokkenpiloot' (hap-slik-weg!)

“Mats vergeet gewoon te kauwen! De brokken die ik niet zelf fijngemalen heb, kan ik haast in dezelfde toestand terug uit zijn stoelgang halen!”

Goed om weten: kauwen is natuurlijk de eerste stap in vertering. Ook zonder tandjes kan een baby gestoofde groentjes tussen de kaken fijnmalen. Maar als dit niet goed gebeurt kunnen onverteerde stukjes de darmwand beschadigen en de darmen verzwakken.

Wat je kan doen: kindjes die slecht kauwen en grote stukken inslikken, hebben net zoals kokhalzertjes vaak een functionele verstoring door bvb. een bewegings-verlies in de schedel, de nek, de halsregio,... Pureer voorlopig (het is belangrijk dat je kindje geen angst of negatief gevoel koppelt aan de maaltijd) en maak een afspraak bij je osteopaat. Deze kan je kindje behandelen en enkele desensibilisatie-oefeningen aanleren die je met je kindje kan doen. Gaandeweg kan je je baby dan meer stukjes aanbieden die hij zelf moet afbijten.

De te-vroeg-gestarte baby

‘Tess (5 maanden) eet heel flink groentjes, maar slaapt sindsdien slechter.”

Goed om weten: met gepureerde voeding lopen veel kindjes het risico om te vroeg aan de vaste voeding te beginnen, terwijl het darmstelsel er nog niet aan toe is. Niet wat je eet, maar wat je opneemt, bepaalt of je lichaam genoeg voeding krijgt. Zeker bij premature baby's is dit extra belangrijk, dus kijk altijd naar de gecorrigeerde leeftijd van je kindje en wees alert op zijn signalen. Wees extra op je hoede bij kindjes die een hydrolysaat (voorverteerde eiwit-voeding) krijgen. Vervang je de melk te snel door groenten, dan vervang je voeding door vulling, en zal je baby 's nachts zijn tekorten willen inhalen met als gevolg slechter slapen. Ook meer teruggeven, krampjes, windjes of meer huilen zijn typische signalen van te vroeg starten.

Wat je kan doen: stop even met aanbieden en geef terug uitsluitend melk. Wacht tot je kindje duidelijke signalen geeft en probeer het later opnieuw.

De selectieve pitser

‘Ik heb al alles aangeboden: witlof, venkel, pastinaak, wortels, appel, peer en banaan. Zoë pitst er steevast de wortel of de banaan tussenuit en laat al de rest liggen.

Goed om weten: hoewel de smaakpapillen rond 18-24 maanden pas ten volle tot ontwikkeling gekomen zijn en jonge baby’s hierdoor minder selectief zijn, zijn sommige baby’s toch gevoeliger voor bepaalde smaken en texturen en kunnen ze zelfs weerstand hebben om nog nieuwe dingen te proeven eens ze een favoriet voedingsmiddel hebben ontdekt.

Wat je kan doen: hier kan gemixte voeding dan weer handig zijn om langzaam een nieuwe smaak te integreren. Zo kan je bij een kindje dat bijvoorbeeld graag wortels lust, maar nooit venkel of witlof eet, steeds wat meer witlof of venkel door de wortelpuree mixen en zo toch meer variatie aanbieden. Toch is het in de praktijk niet altijd zo simpel als dat en vraagt een kieskeurig etertje vaak heel veel inventiviteit en geduld van de ouders!

Veiligheid

Als je kindje start met vaste voeding, komt er vaak een moment dat hij zich eens verslikt. Je baby begint spontaan te kokhalzen of krijgt een hoestbui. Dit kan zowel gebeuren bij gepureerde voeding als bij stukjes en het is een nuttige reflex. Ga niet meteen op het rugje slaan als je kindje nog flink aan het hoesten is. Blijf rustig, stel hem gerust en nodig hem uit goed door te hoesten. Merk je echter dat je kindje geen lucht meer krijgt, dan is het uiteraard belangrijk de luchtweg zo snel mogelijk vrij te krijgen, oa. door je kindje voorover te laten buigen (op je arm of bij grotere kindjes op je schoot) en flink tussen de schouders te slaan. Omdat elke ouder/grootouder/onthaalmoeder de specifieke handelingen bij verstikking eens zou moeten ingeoefend hebben, organiseren we regelmatig workshops EHBO in ons centrum. Klik hier voor meer informatie.

Hou het gezellig!

Voeding

‘Leren’ eten is een proces, net zoals leren kruipen, stappen of zindelijk worden.
Het gaat niet vanaf het eerste moment perfect. Weet dat ‘smossen-en-prossen’ er nu éénmaal bij hoort en onderdeel vormt van dit leerproces, dus voorzie het en neem je voorzorgen.
Maak geen stress-moment van de maaltijd, wees geduldig en heb vertrouwen.

Eet met z’n allen, maak het gezellig aan tafel, geniet
van elkaar, van het lekkere eten en van het moment.
De kans is groot dat je baby dat ook zal doen!


Bronnen

Deze blog is onderdeel van de 3-delige reeks: vaste voeding voor je baby

  • Deel 1: WANNEER is je baby klaar voor vaste voeding? -> lees hier.
  • Deel 2: HOE start je met vaste voeding? -> lees hier
  • Deel 3: WELKE voeding is ideaal voor baby’s? -> lees hier.

Hier vind je een handig introductieschema voor groentjes.


Anja Caers

Als osteopate begeleid ik al zo'n 20 jaar moeders en baby's bij kleine en grotere baby-probleempjes zoals spijsverteringsproblemen (reflux, darmkrampjes, borst/fles-voedingsproblemen, overgevoeligheden & allergieën) onrust en slaapproblemen, Daarnaast ben ik docente aan de opleiding "Osteopathie bij baby's & kinderen' bij Panta Rhei in Nederland, Duitsland en Noorwegen. Samen met mijn man Patrick heb ik 3 dochters.

Click Here to Leave a Comment Below

Leave a Reply: